22-02-2017  In de nacht van 21 februari 1907 ramde een Engelse veerboot uit Harwich tijdens een zware storm het Noorderhoofd van Hoek van Holland. Het stoomschip “Berlin” brak in tweeën, waarbij het voorschip met de meeste opvarenden in de golven verdween. Slechts één persoon werd levend uit het water gehaald. Het achterschip, waarop zich nog 14 mensen bevonden, hing op de pier. Door de hoge zeeën waren zij aanvankelijk niet te bereiken. Van de 143 opvarenden kwamen 128 mensen om het leven.

intro berlin
 

Morele kracht en steun

De rampzalige gebeurtenis bracht veel gemoederen in beweging. Hoek van Holland werd overspoeld door pers en belangstellenden. Prins Hendrik, de echtgenoot van koningin Wilhelmina, bracht een dag later een bezoek aan de plek des onheils. De prins sprak de reddingswerkers bemoedigend toe, waarna hij aan boord stapte van een stoomloodsvaartuig. Toen een aantal van de schipbreukelingen van het achterschip bevrijd was, deelde prins Hendrik dekens uit en sloeg hij zijn pelsjas om een verkleumde drenkeling. “Aan het technische reddingswerk nam hij niet deel, maar hij was een morele kracht en steun voor de anderen”, zo schreef koningin Wilhelmina later in haar herinneringen “Eenzaam, maar niet alleen”.

Prins Hendrik bezoekt de ramp met stoomschip Berlin

Aan onzen Prins

De prins maakte veel indruk in Nederland door zijn aanwezigheid en medeleven. De enorme waardering kwam tot uitdrukking in herinneringskaarten, penningen en andere memorabilia van de ramp. Een prentbriefkaart ter herinnering aan de ramp draagt het opschrift “Hulde aan de redders Februari 1907” maar ook een portret van prins Hendrik met de tekst: “Aan onzen Prins _ Het Volk heeft Uw hart gezien”.

kaart redders
Uitreiking van onderscheidingen aan reddingswerker stoomschip Berlin

Helden van de zee

Het heldhaftig optreden van de redders werd beloond met een onderscheiding in de Huisorde van Oranje. Op 4 maart 1907 reikte prins Hendrik namens koningin Wilhelmina ‘eeremetalen’ uit met de woorden: “Ik ben er zelf getuige van geweest, dat jullie je leven hebt gewaagd voor de redding der schipbreukelingen.” Ook koningin Emma gaf medailles uit, als blijk van erkenning voor buitengewone daden van moed en zelfverloochening bij pogingen tot het redden van schipbreukelingen, voor moedig en menslievend gedrag. De redders werden later vereeuwigd door fotograaf Coltof uit Maassluis. Onder deze helden van de zee waren schipper Sperling en zijn mannen en een groep loodsleerlingen van de “Hellevoetsluis”, het stoomloodsvaartuig waarmee ook prins Hendrik zich het water op begaf.

Ridder Grootkruis

Op zijn beurt werd prins Hendrik door de Engelse koning Edward VII benoemd tot Ridder Grootkruis in de Order of the Bath. Prins Alexander van Teck, een broer van de Britse koningin Mary, kwam de versierselen op 5 maart 1907 persoonlijk aanbieden. Hij was geen onbekende; zijn vrouw Alice was een nicht van koningin Emma. Prins Hendrik vond de onderscheiding te veel eer: “I feel that this high distinction is really too much for the little I was able to do.”

Order of the Bath klein
Verslag staatscommissie Reddingwezen

Oranjekruis

De ramp leidde tot de Schepenwet, die van overheidswege tot onderzoek naar scheepsongevallen verplichtte. Op initiatief van prins Hendrik werd de Nationale Bond voor Reddingwezen en Eerste Hulp bij Ongelukken “Het Oranjekruis” opgericht. Op 8 juni 1909 vond de oprichtingsvergadering plaats op Paleis Kneuterdijk. Zijne Koninklijke Hoogheid legde de nadruk op het belang van een nauwe samenwerking en een betere coördinatie bij hulpverlening. Bij de vergadering werd de prins gevraagd als voorzitter van de bond, een functie die hij tot zijn overlijden in 1934 vervulde.