Binnen de Koninklijke Verzamelingen vormt de bladmuziek een bijzondere collectie. De oudste muziekstukken dateren uit de hoogtijdagen van de hofkapel van stadhouder Willem V in het laatste kwart van de 18e eeuw. Koning Lodewijk Napoleon liet in 1810 op Koninklijk Paleis Amsterdam een bibliotheek achter met speciaal voor hem vervaardigde banden, waaronder ook bladmuziek.

 
image1
 

De eeuw van de koningen

In de 19e eeuw groeide de collectie bladmuziek aanzienlijk. De koningen zetten de inspanningen van het stadhouderlijk hof voort en bevorderden het muziekleven. Zo blies koning Willem I in Den Haag de hofkapel nieuw leven in. De musici speelden tijdens maaltijden, muzikale soirees en bals. Maar ook traden ze op tijdens de zondagse concerten in Diligentia en leverden zij hun bijdrage aan de Franse Opera in Den Haag die in die tijd een bloeiperiode beleefde. In 1826 richtte de Koning vier conservatoria op in de Lage Landen: Amsterdam, Den Haag, Brussel en Leuven. Koning Willem III legde zich toe op het steunen van jong muzikaal talent en organiseerde muziekconcoursen. De bladmuziekcollectie in de Koninklijke Verzamelingen bevat een grote hoeveelheid orkestmuziek, operapartituren en klavieruittreksels, muziek ten behoeve van het onderwijs en werken van pensionairs die met steun van de koning hun muzikale talenten konden ontwikkelen.

 
Hongaarsch wiegelied

Muziek voor een breder publiek

In dezelfde periode bereikte de muziek in steeds ruimere mate de huiskamers en verenigingsgebouwen. Men speelde samen in huiselijke kring, maar vooral ook kwamen liefhebbers samen om te musiceren in koren en orkesten. De liefde voor de muziek sprak een steeds breder publiek aan en de hoeveelheid gelegenheidscomponisten groeide zienderogen. Daarmee nam ook het aanbieden van muziekstukken aan leden van het huis Oranje-Nassau een grote vlucht, met een hoogtepunt tijdens de lange regeerperiode van koning Willem III. Maar ook daarna bleef componeren voor het koningshuis populair. De bladmuziekcollectie van de Koninklijke Verzamelingen toont de vele vruchten hiervan. Vooral bij gelegenheden als geboortes, huwelijken, inhuldigingen, jubilea en overlijden, maar vaak ook zonder speciale aanleiding stroomden de partituren binnen op het paleis. Als de leden van de Koninklijke Familie het land in trokken om bezoeken af te leggen werden ze altijd onthaald op muziek. Na de uitvoering werd hen dikwijls de partituur overhandigd.

 

Huldeklanken

De vele aanbiedingsbrieven getuigen van de grote wens van musici om de koning, koningin, prins of prinses te eren met een muziekstuk. Lange tijd was het gebruikelijk om toestemming te vragen om een werk op te mogen dragen aan een lid van het Koninklijk Huis. Soms werd dat niet toegestaan. Maar meestal werd de geste in dank aanvaard en de bladmuziekcollectie groeide gestaag. Dit duurde tot de tweede helft van de 20e eeuw; daarna nam het toesturen van composities af. In de 21e eeuw worden jaarlijks nog enkele partituren toegevoegd aan de bladmuziekcollectie van de Koninklijke Verzamelingen.

Welkomstlied koningin Wilhelmina
 
Messe Solennelle

Rijkversierde banden

De geschonken partituren zijn in vele gevallen met grote zorg vervaardigd. Banden zijn veelal gemaakt van leer of bekleed met uiteenlopende kleuren fluweel, voorzien van goudstempeling en vergulde paginaranden, en titelpagina's zijn gekalligrafeerd en met afbeeldingen geïllustreerd.

In totaal bevat de collectie ongeveer 6.000 muziekwerken. Van de gedrukte muziek vormen de 18e-eeuwse drukken uit de stadhouderlijke periode een bijzonder onderdeel. Maar ook de handgeschreven partituren geven een mooi beeld van de relatie die bestond tussen het Koninklijk Huis en het Nederlands muziekleven.