04-05-2017  De carillons van Amsterdam bleven, ondanks de bezetting van Nederland in mei 1940, hun klanken over de hoofdstad uitstorten. Althans voorlopig, want onder druk van Duitse maatregelen verstomden de meeste andere al in het tweede of derde oorlogsjaar. Het paleiscarillon bleef echter nog tot oktober 1944 bespeeld worden door de vaste beiaardier Jacob Vincent (1868-1953). In maart 1900 was hij als zodanig benoemd in persoonlijke dienst van koningin Wilhelmina. Een functie die hij meer dan 50 jaar vervulde.

 
intro carillon
 

Beschermd kunstwerk

Met het oog op de toenemende oorlogsdreiging verklaarde de Nederlandse overheid in april 1940 het paleiscarillon tot beschermd kunstwerk om te voorkomen dat bij een bezetting de klokken zouden worden gevorderd om versmolten te worden voor militaire doeleinden. De betreffende kennisgeving diende op een goed zichtbare en tijdens duisternis verlichte plek in het Nederlands, Duits, Frans en Engels nabij het carillon te worden aangebracht, opdat ‘in het onverhoopte geval van bezetting van een deel van het land door buitenlandsche troepen, ook de commandanten van een vreemde krijgsmacht’ dit belangrijke monument zouden sparen.

klokken paleis
amsterdam

Maandagse bespeling

Bezetting of geen bezetting de maandagse carillonbespeling door Vincent werd in juni 1940 na enkele weken stilte weer hervat. Nieuw was wel dat hij voortaan voor elke bespeling zijn programma ter goedkeuring aan de autoriteiten moest voorleggen. Dat betekende dat hij bijvoorbeeld wat minder ging putten uit Valerius Gedenck-clanck, aangezien dat repertoire nogal vaderlandslievend werd bevonden. Daarvoor in de plaats kwamen ‘onschuldigere’ composities als ‘Knaapje zag een roosje staan’, ‘Op de grote stille heide’, ‘Vogeltje wat zingt gij vroeg’ en ‘Klein vogelijn op groene tak’.

Al is ons prinsesje nog zo klein

Naast de maandagse bespeling, gaven de klokken van het paleis via het automatische speelwerk ook de hele en halve uren aan met een kort melodietje. Eens in de paar maanden programmeerde Vincent daartoe de speeltrommel met een nieuwe melodie. Zo was sinds het najaar van 1939 één keer per uur het liedje ‘Al is ons Prinsesje nog zo klein’ te horen, vermoedelijk naar aanleiding van de geboorte van prinses Irene op 5 augustus 1939. Het betreft hier een oud Frans volksliedje waarop in Nederland in de tweede helft van de 18de eeuw de tekst ‘Al is ons prinsje nog zoo klein al evenwel zal hij stadhouder zijn’ was berijmd. Kortom, absoluut een Oranjegezind deuntje. Het zal niet toevallig zijn geweest dat de Oranjegezinde Vincent na de inval in ons land lang heeft gewacht met het opnieuw programmeren van de speeltrommel. Pas in het tweede oorlogsjaar werden de Oranjeklanken vervangen door ‘Zonnetje gaat van ons scheiden’.

speeltrommel paleis amsterdam

Trouwe beiaardier

Niet alleen aan de Oranjes, maar ook aan het carillon bleef Jacob Vincent trouw. Ondanks zijn 76-jarige leeftijd legde hij wekelijks in steeds moeilijker wordende omstandigheden de afstand tussen zijn woonplaats Bussum en Amsterdam af en beklom hij de hoge trappen naar de klokkentoren op het paleis. Maar het werd er in het najaar 1944 voor hem niet makkelijker op toen vervoer steeds moeilijker werd. Éénmaal legde hij de afstand tussen zijn woonplaats en de hoofdstad voor een groot deel te voet af en terug per buurtschipper. In de loop van oktober 1944 moest aan de wekelijks carillonbespeling een einde komen. Als één van de weinige Amsterdamse torenuurwerken bleef het mechanisch aangedreven speelwerk van het paleis nog wel het hele en het halve uur aangeven.

monument

Hijgend hert der jacht ontkomen

Het zal Vincent in de maanden daarop moeilijk zijn gevallen om niet meer zijn carillonklanken over de stad te kunnen uitstorten. Maar hij bleef vurig hopen eens weer al die trappen naar het geliefde koninklijke klokkenspel te kunnen bestijgen. In februari 1945 schreef hij de intendant; ‘Misschien ben ik wat al te optimistisch. Maar als de hoogtij komt, kunt U mij opbellen’. En zo gebeurde, maar helaas pas in mei 1945 toen met het spelen van psalm 42 (‘t Hijgend hert der jacht ontkomen) het paleiscarillon voor het eerst in maanden zijn klanken weer prijs gaf, nu over een bevrijd Amsterdam.