18-09-2017  Elk jaar op de derde dinsdag van september begeeft de koning zich van Paleis Noordeinde naar de Ridderzaal om aldaar de Troonrede uit te spreken. De Gouden Koets, die vanaf 1923 bijna jaarlijks dienst deed als koninklijk vervoermiddel van ons staatshoofd, heeft in verband met restauratie tijdelijk plaats moeten maken voor de Glazen Koets. De Glazen Koets had sinds de oplevering in 1826 al veelvuldig dienst gedaan op Prinsjesdag; zowel de koningen Willem I en III als de koninginnen Emma en Wilhelmina maakten er gebruik van. Alleen koning Willem II legde de tocht, omgeven door hofdignitarissen en adjudanten, te paard af. Op 19 september 2017 zullen koning Willem-Alexander en koningin Máxima voor de tweede keer in de Glazen Koets naar het Binnenhof gebracht worden.

 
introprinsjesdag wit
 
 
BokGlazenKoets

Glazen Koets

De Glazen Koets is de oudste koets waarover het Koninklijk Staldepartement beschikt. Ze werd in 1821 besteld bij de Brusselse koetsenmaker Pierre Simons en geleverd in 1826. Het is een zogenaamde galaberline met 7 ramen (‘glazen’) hoofdzakelijk uitgevoerd in Pruisisch blauw met op de portieren en de achterzijde het koninklijk wapen. Rondom onder de ramen is een met arabesken gedecoreerde witte band te zien met ter hoogte van de portieren een door engelen vastgehouden schild met het initiaal ‘W’. Ditzelfde initiaal siert sinds de recente restauratie ook weer de rood fluwelen bekleding van de koetsiersbok.

In ceremonie en uiterste statie

Dankzij een particulier initiatief werd een andere galaberline, de alom bekende Gouden Koets, als Amsterdams inhuldigingsgeschenk in 1898 aan koningin Wilhelmina aangeboden. Hoewel de koningin de koets al een dag na haar inhuldiging in het Paleis voor Volksvlijt kwam bewonderen, zou het tot 1903 duren alvorens deze op Prinsjesdag werd ingezet. De koets werd ontworpen en uitgevoerd door de Amsterdamse firma Spijker. Met zijn uitbundige vergulding en rijke ornamentiek sluit deze koets aan bij onder meer de ‘gouden koets’ die we kennen van een tekening door Tethart Philipp Christian Haag. Deze toont ons de dan vierjarige stadhouder Willem V die een tegenbezoek brengt aan de Franse ambassadeur.

tegenbezoekWillemV
Gouden Koets1

Gouden Koets

Kosten noch moeite werden door de gulle Amsterdammers gespaard om te komen tot een kostbare uitvoering van de Gouden Koets; een beeldengroep van vier vrouwen draagt de kroon op de koets, vier titanen omklemmen de prachtige lantaarns, de als zon met zonnestralen uitgevoerde wielen geven een sierlijke gloed tijdens het rijden en de beschilderingen van prof. Van der Waay brengen onder meer het vaderlandse verleden en de inhuldiging van 1898 in beeld.

Sober ceremonieel

Sinds 1923 is de Gouden Koets als een van de meest zichtbare symbolen van de Nederlandse monarchie bijna jaarlijks te zien geweest op Prinsjesdag. Uiteraard niet tijdens de Tweede Wereldoorlog en evenmin in de daaropvolgende jaren, omdat koningin Wilhelmina na de bezetting koos voor een sober ceremonieel waarbij de Gouden Koets uit de toon zou vallen. Daarom kwam zij in 1945 per auto naar het Binnenhof voor ‘de opening van de zitting van de voorlopige Staten-Generaal’. Met de inhuldiging van koningin Juliana in 1948 zou het groot ceremonieel weer in ere worden hersteld. Maar ook in 1974 kwam de koets het koetsenhuis van het Koninklijk Staldepartement niet uit, toen een gijzeling in de Franse ambassade noopte tot soberheid en een alternatieve route.

programmaopening

Derde dinsdag in september

De naam Prinsjesdag was van oorsprong voorbehouden voor de verjaardag van de stadhouder. Op die dag gaven Oranjegezinden uiting aan hun sympathie voor de stadhouderlijke familie. Pas in de 20ste eeuw werd de naam meer en meer geassocieerd met wat tot 1983 officieel heette de opening van de Staten-Generaal. Wat onveranderd is gebleven, is dat op de derde dinsdag in september (sinds 1887) door het staatshoofd een uiteenzetting wordt gegeven over het te voeren beleid in wat bekend staat als de Troonrede. De Grondwet biedt overigens de mogelijkheid dat de Troonrede namens het staatshoofd wordt uitgesproken, zoals tijdens de ziekte van Wilhelmina in 1947 bleek toen minister-president Beel de honneurs waarnam.

ridderzaal groot

Ridderzaal

Vanaf het begin werd er niets aan het toeval overgelaten ten aanzien van het ceremonieel. Zo werd gelijk al in 1815 in artikel 4 van het ‘Programma voor het ceremonieel, welk in acht zal genomen worden, ter gelegenheid van de dubbele vergadering der Staten-Generaal der Verenigde Nederlanden’ de samenstelling van de koninklijke stoet bij belangrijke ceremonieën vastgelegd. De opening van het parlementair jaar vond toen overigens nog plaats in Brussel. Later werd deze verplaatst naar de zaal waarin de Tweede Kamer bijeenkwam en in 1904 naar de Ridderzaal.

programma 1815
Japon van Wilhelmina

Goed gekleed

Slechts zeer geleidelijk zijn in de loop van de tijd hierop wijzigingen aangebracht op de gang van zaken. Een terugkerend patroon is nu eenmaal kenmerkend voor het hofceremonieel. Tot dat terugkerende patroon behoort al decennialang de afsluiting van Prinsjesdag met het verschijnen van het staatshoofd en andere leden van het Koninklijk Huis op het balkon van Paleis Noordeinde, de zogenaamde balkonscène. Deze valt niet meer weg te denken evenmin als dat het geval is met de enorme aandacht die jaarlijks uitgaat naar de kleding van de vrouwelijke leden van het Koninklijk Huis op die dag. In de Koninklijke Verzamelingen is onder meer de japon van oudroze zijde gebrocheerd met goud bewaard gebleven die koningin Wilhelmina droeg op Prinsjesdag 1938 (en nogmaals in 1948 bij de inhuldiging van haar dochter). Vanaf maart 2017 is in Paleis Het Loo een groot aantal hoeden van koningin Beatrix te zien in de tentoonstelling Chapeaux waarvan sommige dusdanig karakteristiek zijn dat ze moeiteloos een associatie oproepen met een van de 32 Prinsjesdagen uit haar regeringstijd.

Dit thema is gewijzigd op 18-09-2017