18-02-2017  Vandaag opent koningin Máxima in het Dordrechts Museum de tentoonstelling Een koninklijk Paradijs – Aert Schouman en de verbeelding van de natuur. De tentoonstelling, die in samenwerking met de Koninklijke Verzamelingen is gerealiseerd, toont de bezoeker de wereld van Aert Schouman die vol zit met inheemse en exotische dieren. Hij was de belangrijkste dierenschilder van zijn tijd; de door hem geschilderde vogels spreken echt tot de verbeelding. Naast dieren uit alle windstreken legde Schouman ook de buitenplaatsen en tuinen vast die zijn opdrachtgevers als ‘aardse paradijzen’ lieten aanleggen.

Schouman1
 
 
bovendeurstuk

Dessus de portes

De Dordtse schilder en tekenleraar Aert Schouman (1710-1792) maakte stillevens, portretten, genrestukjes en bijbelse voorstellingen afwisselend in Dordrecht en Den Haag. Als tekenaar richtte hij zich voornamelijk op het vervaardigen van voorstellingen van dieren en planten in Oost-Indische inkt en waterverf. Echte uitblinkers binnen zijn oeuvre zijn de behangselschilderingen waarin kleurrijke vogels een grote rol spelen. Al aan het begin van zijn carrière vervaardigde hij decoratieve schilderingen die in een kamer boven een deur of schoorsteen geplaatst werden. Dat bleek zo’n succes dat hij niet veel later door verschillende opdrachtgevers gevraagd werd om ensembles voor hele kamers te maken. In de beginperiode lieten de behangselschilderingen gedaanteverwisselingen uit Griekse en Romeinse mythologie zien, maar na 1750 werden de kleurige vogelgroepen een favoriet onderwerp. De nu tentoongestelde bovendeurstukken uit de particuliere verzamelingen van Zijne Majesteit Koning Willem-Alexander zijn, met bijzondere vogels zoals een kroonduif, paradijsvogel, oranje rotshaantje en allerlei fazanten, prachtige voorbeelden hiervan. De schildersbiograaf Johan van Gool herkent in 1751 het grote talent van Schouman om exotische dieren “op een geestig en natuurlijke wijze” te verbeelden.

Uit onze collectie

Hoogtepunt van de tentoonstelling zijn de behangselschilderingen gemaakt door Schouman voor het hof van prins Willem V, het zogenaamde Nieuwe Stadhouderlijke Kwartier op het Haagse Binnenhof. Voor het ‘Vogel Cabinet’ schilderde Schouman een ensemble uit vijf doeken van maar liefst dertig vierkante meter. Toen de inmiddels 76 jaar oude schilder de opdracht kreeg, besloot hij de dieren van de menagerie van de prins te vereeuwigen. Twee jaar later konden de hovelingen midden in de stad genieten van het weelderige landschap waar de exotische dieren — waarover ze vast al veel verhalen hadden gehoord — de hoofdrol spelen. Pas nu, na onderzoek van de Koninklijke Verzamelingen, weten we hoe deze kamer oorspronkelijk eruit moet hebben gezien. We zijn heel blij dat iedereen de kans krijgt om in het Dordrechts Museum net als de hovelingen te genieten van het op ware grootte nagebouwde vogelkabinet.

Ontwerp kamer Jantijn

Van het Binnenhof naar Huis ten Bosch

De prachtige behangsels waren echter geen lang leven beschoren op het Binnenhof. Prins Willem V en diens hof konden maar zes jaar van Schoumans meesterwerken genieten. Na de vlucht van de stadhouder naar Engeland in 1795 hebben de dieren op de behangsels de Bataafse Republiek zien komen en gaan, de Nationale Vergadering voorbij zien komen en Lodewijk Napoleon ontvangen. Maar in 1808 besloot Lodewijk Napoleon ten behoeve van de School voor Militaire Kwekelingen alle ‘onnodige cieraden’ te laten verwijderen. Zo belandden de behangselschilderingen op de vliering van Huis ten Bosch waar ze zo’n honderdvijftig jaar in vergetelheid doorbrachten. In 1975, toen Huis ten Bosch in gereedheid werd gebracht voor de aantredende koningin Beatrix, werden de doeken ontdekt. Na de restauratie werden ze geplaatst in de Zwarte Eetzaal op de bel-etage van het Huis ten Bosch. In verband met de huidige verbouwing van Huis ten Bosch zijn de werken in 2014 uitgenomen om vervolgens in Maastricht bij de Stichting Restauratie Atelier Limburg te worden gerestaureerd. Na de tentoonstelling zullen de fraaie behangsels weer worden teruggehangen in de Zwarte Eetzaal om opnieuw in hun volle glorie ‘tot Decoreringe’ van een paleis te dienen.

Behangselschilderijen
HansParkie

Hans en Parkie

Arnout Vosmaer (1720-1799) was de directeur van het naturaliënkabinet van Willem V en later ook van zijn menagerie in Voorburg, een soort dierentuin waar de prins vooral bijzondere en exotische dieren hield. Reeds in 1757 liet hij Schouman de daar aanwezige dieren nauwkeurig tekenen. Twintig van deze tekeningen zijn als illustraties opgenomen in Vosmaer’s Regnum Animale, waarin hij de wereld laat kennis maken met nieuw ontdekte exotische diersoorten uit de stadhouderlijke collecties. Vosmaer schreef in zijn functie als directeur van de menagerie verschillende brieven aan prins Willem V, waarvan er enkele in de tentoonstelling te zien zullen zijn. Zo berichtte Vosmaer op 14 juli 1786 over de aankomst in de menagerie in Voorburg van twee Indische olifanten genaamd Hans en Parkie, een geschenk van de VOC. De prins wilde graag de olifanten bij zich hebben op Het Loo in Apeldoorn. Echter voor ze aan deze tocht beginnen wilde Vosmaer de olifanten, die hij beschreef als 'zeer mak, zelfs aardig en minzaam', nog een paar dagen in Voorburg houden om ze van de reis te laten bijkomen. Om hun stijfheid te verhelpen maakten ze elke dag een paar wandelingen. Dat moet een spektakel zijn geweest voor de inwoners van Voorburg die waarschijnlijk nog nooit een olifant hadden gezien.

meer