Precies een jaar geleden kwam de website van de Koninklijke Verzamelingen online. Sindsdien is er veel gebeurd. De website is behoorlijk gegroeid en het aantal getoonde objecten in de mediabank is bijna verdubbeld. Ook het Archievenoverzicht online is aangevuld met nieuwe inventarissen. Vandaag komen er weer vijf nieuwe inventarissen bij.

 
Banner inv 02 2017
 

Wilhelmina van Pruisen (A36)

Wilhelmina van Pruisen (1774-1837), door haar familie Mimi genoemd, was een dochter van koning Frederik Willem II van Pruisen. Ze trouwde in 1791 met haar neef Willem Frederik van Oranje-Nassau. Het waren onrustige tijden. Toen in 1795 de Fransen het land binnenvielen, moest de stadhouderlijke familie vluchten naar Engeland. Later verbleef Wilhelmina met haar gezin in Berlijn en Fulda, haar echtgenoot was vaak op reis. In november 1813 keerde Willem Frederik terug naar Nederland, Wilhelmina volgde twee maanden later als echtgenote van de latere koning der Nederlanden. Wilhelmina hield van muziek en kunst. Ze schilderde zelf, maar daar is helaas weinig van bewaard gebleven. Daarnaast droeg ze de schilderkunst in Nederland een warm hart toe.

SC 1430 01bew
 
SC 1353 03

Anna Paulowna (A41)

Anna Paulowna (1795-1865) was de dochter van de Russische grootvorst Paul en grootvorstin Maria Feodorowna. In 1816 trouwde zij met kroonprins Willem en kwam ze naar Nederland. Ze hield nog veel contact met haar familie in Rusland en bracht de Russissche allure naar het Nederlandse hof. De pracht en praal bleef niet onopgemerkt, want in 1829 werd een groot deel van haar juwelen gestolen. In 1840 deed koning Willem I afstand van de troon. Hij werd opgevolgd door zijn zoon, koning Willem II, met koningin Anna Paulowna aan zijn zijde. Hun regeerperiode was echter van korte duur, want in 1849 overleed Willem. In de jaren na het overlijden van haar man trok Anna Paulowna zich terug op het paleis Soestdijk en de buitenplaatsen Buitenrust en Rustenburg bij Den Haag. Voor Anna Paulowna was liefdadigheid een belangrijk deel van haar leven. Tijdens de Belgische opstand stichtte ze het Willem’s Hospitaal voor gewonde soldaten en ze steunde de meisjesvakschool in Scheveningen, waar behoeftige vrouwen en meisjes naailes kregen.

 
M 004 005 01
 

Hofcommissies Den Haag (E01a-E01b) en Brussel (E01d)

Koning Willem I stelde in 1814 de Hofcommissie in, die als taak had om zich bezig te houden met alle hofdepartement overstijgende zaken. Tot hun werkzaamheden behoorden onder andere personeelszaken, verbouwing en inrichting van paleizen, verzoeken om banen en levering aan het Hof. Na 1815 was de Hofcommissie verdeeld in een commissie in Den Haag en een commissie in Brussel. De Brusselse Hofcommissie regelde onder andere het beheer van de paleizen in Brussel, Laken en Antwerpen en de ontvangsten aldaar. Aan het bestaan van de afzonderlijke commissies kwam een einde toen ze in 1829 weer werden samengevoegd tot één Hofcommissie. Toen koning Willem I aftrad werd ook de Hofcommissie opgeheven. Pas op 10 juli 1849 stelde koning Willem III de Hofcommissie opnieuw in. Het takenpakket bleef hetzelfde, waarvan personeelszaken een een belangrijk onderdeel was. Daarnaast kwam er een belangrijke taak bij, ze werd belast met de toekenning van het predicaat Koninklijk en het Koninklijk Wapen waarmee het voeren van de titel Hofleverancier verbonden is.